Het geld wordt minder. De zorgvraag niet.

Kraakhelder is die. De boodschap uit het nieuwe regeerakkoord. De zorg krijgt de komende jaren te maken met nog meer bezuinigingen. Minder ruimte om te investeren, terwijl de maatschappelijke opgave onverminderd groot blijft. Dat voelt voor veel mensen als extra druk op een systeem dat toch al onder spanning staat. In dit artikel onderzoek ik wat er gebeurt als we plannen blijven maken in tijden van schaarste. Of wat er verandert als we nu écht anders durven te organiseren.

In gesprekken die ik voer met zorgprofessionals, merk ik iets dubbels. Aan de ene kant frustratie: hoe gaan we dit nou doen met nog minder middelen? Aan de andere kant ook iets anders: op dezelfde manier doorgaan is nu sowieso geen optie meer! Dus waar het in mijn vorige artikel ging over waar de energie in de zorg weglekt, wil ik hier nog meer focussen op wat er gebeurt als de financiële ruimte kleiner wordt. Want dan blijft er één vraag rechtovereind: hoe organiseren we het werk zó dat het vol te houden blijft?

Wanneer plannen maken niet meer genoeg is

Wat ik vaak zie (ook in andere sectoren) als de druk toeneemt, is een begrijpelijke reflex. Die klinkt ongeveer zo: ‘Nu moeten we echt goede plannen gaan maken. Programma’s opzetten. Structuren aanpassen.’ Dat voelt alsof je daarmee grip houdt. Maar in de praktijk hoor ik (zorg)professionals iets anders zeggen:

“Er gebeurt veel, maar mijn dag wordt er niet lichter van.”

No offense. De intentie is goed, maar de uitwerking simpelweg niet. Want ja, de druk verschuift. Maar verdwijnt niet. Overleggen blijven bestaan (of het worden er nog meer), afstemming blijft complex en besluiten blijven hangen. Niet omdat mensen niet willen, maar omdat we proberen nieuwe antwoorden te vinden binnen een manier van werken die al piept en kraakt. Mijn voorspelling: dat zal deze bezuiniging pijnlijk zichtbaar maken.

Wat schaarste blootlegt in de zorgsector

Minder financiële ruimte legt iets bloot wat er vaak al was. Iets wat je zo kan verwoorden: de grootste winst zit niet in wat we toevoegen, maar in hoe we het bestaande organiseren. En dan heb ik het niet zozeer over kleine optimalisaties, maar meer over een bewuste strategische keuze.

We hoeven zorgorganisaties ook echt niet uit te leggen waar het wringt. Dat weten ze allang zelf. Alleen zit die kennis niet in rapporten, maar in het dagelijkse werk. In teams die ervaren waar tijd weglekt. In overlegmomenten die veel kosten en weinig opleveren. In taken die ‘erbij’ zijn gekomen, zonder dat andere dingen zijn gestopt. Die inzichten zijn er. Ze komen alleen zelden terecht op de plek waar strategische keuzes worden gemaakt.

Ruimte ontstaat niet door toe te voegen, maar door te kiezen

Juist nu ligt daar de kans. Niet om nóg slimmer te plannen, maar om anders te organiseren expliciet als strategisch thema te behandelen. Dat betekent keuzes maken. Niet alles tegelijk willen. Niet alles blijven faciliteren. Maar samen bepalen wat écht waarde toevoegt aan het primaire zorgproces.

In trajecten waar we hiermee aan de slag gaan, begint dit vaak klein. Bijvoorbeeld door bestaande overlegstructuren tegen het licht te houden. Waarom zitten we hier? Wat moet hier echt besloten worden? En wat kan beter op een ander moment of gewoon helemaal niet meer?

Van praten over werk naar werken aan de opgave

Wat er dan gebeurt, is vaak verrassend. Versnipperde overlegmomenten worden samengevoegd tot gerichte werksessies. Niet meer praten over werk, maar samen werken aan concrete opgaven, binnen de tijd en middelen die er al zijn. Het effect wordt dan direct voelbaar. Niet omdat mensen harder werken, maar omdat onnodige complexiteit verdwijnt. Dat ziet er ongeveer zo uit:

  • minder afstemming achteraf
  • duidelijkere besluitvorming
  • meer rust en focus in team
  • minder ruis tussen staf, management en werkvloer

Morgen beginnen met anders organiseren als antwoord op schaarste

Schaarste vraagt niet om paniek of rigoureuze ingrepen. Het vraagt om scherpte. Om het lef om anders organiseren niet langer te zien als verbeterproject, maar als randvoorwaarde om het vol te houden. Dat kan morgen beginnen. Met één overleg. Eén team. Eén keuze om iets níet meer te doen. Mijn afsluitende vraag aan jou is daarom ook deze:

Waar houden jullie vast aan hoe het altijd ging, terwijl de omstandigheden vragen om anders organiseren? Ik hoor het graag van je.

Tags