Meer geld voor het onderwijs verandert niets.

‘Meer geld voor het onderwijs’, zegt het regeerakkoord. Dat is fantastisch nieuws! En het verdient eigenlijk ook geen cynische titel als die boven dit artikel. En toch staat hij er. Waarom? Omdat dit het moment is om verder te kijken dan investeringslijstjes. Want zonder andere keuzes in hoe we samenwerken en organiseren, verandert extra budget het dagelijkse onderwijs precies niets. Of denk jij daar als docent anders over? 

In mijn vorige artikel schreef ik over de knelpunten waarover onderwijsprofessionals mij in trainingen en trajecten vertellen. En dan is daar ineens het regeerakkoord met de totaaloplossing: meer geld voor het onderwijs. Alle knelpunten als sneeuw voor de zon… Nee, ik denk dat echte verandering om meer vraagt dan extra budget. Het vraagt om een duurzame nieuwe manier van samenwerken en organiseren op de vloer. Want de echte hefboom voor impact ligt uiteindelijk midden in die dagelijkse praktijk. Daar waar docenten, leerlingen en ondersteunend personeel elkaar ontmoeten.

De reflex: investeren zonder het werk anders te organiseren

De eerste reflex is vaak voorspelbaar. Nieuwe plannen. Extra programma’s. Aanvullende structuren. Het voelt logisch: er is ruimte, dus we investeren. Maar in mijn ervaring leidt dit zelden tot merkbare verbetering in het dagelijks onderwijs. De druk verschuift, maar het werk wordt er niet vanzelf beter van. En voor je het weet krijg je dan dit soort reflecterende uitspraken:

‘We hadden ineens meer uren en middelen voor het nieuwe programma, maar iedereen bleef in de oude routines werken. Het voelde alsof we met meer handjes dezelfde puzzel probeerden te leggen’

De hefboom: in samenwerken en organiseren

De scherpste inzichten over wat beter kan, vind je zelden in beleidsstukken of strategiekamers. Je vindt ze in het werk, op de vloer, in de klas zelf. In teams die dagelijks ervaren waar het schuurt. In kleine frustraties die vaak grote gevolgen hebben, maar die zelden bij het bestuur komen. Die inzichten zijn er al. Ze moeten alleen op de juiste plek landen. Juist daar ligt nu de kans. Door anders samenwerken en anders organiseren expliciet tot strategisch thema te maken, ontstaat ruimte om extra middelen gericht en duurzaam in te zetten.

Van overleggen naar werksessies

In onze praktijk zien we wat dat oplevert. Bestaande overlegmomenten worden kritisch bekeken: waarom zitten we hier en wat moet er echt besloten worden? Versnipperde sessies worden samengevoegd tot gerichte werksessies. Niet meer praten over onderwijs, maar samen werken aan concrete opgaven binnen de tijd en middelen die er al zijn. Het effect is direct merkbaar:

  • Besluitvorming versnelt.
  • Afstemming verschuift van achteraf naar vooraf.
  • Randzaken worden beheersbaar, zonder dat ze het primaire proces belasten.

Niet omdat mensen harder werken, maar omdat wachttijd, ruis en onnodige overdrachten verdwijnen. Voor onderwijsprofessionals ontstaat meer focus en duidelijkheid. Voor bestuur en management groeit inzicht in voortgang, prioriteiten en eigenaarschap. En voor de organisatie als geheel neemt het vermogen toe om middelen effectief en voorspelbaar in te zetten.

Extra middelen laten landen in het primaire proces

Wat zou dit concreet kunnen betekenen voor het extra budget?

  • Investeer in het primaire proces, niet in nog een extra project: richt middelen op wat docenten en leerlingen direct ondersteunt.
  • Koppel budget aan werkbare structuren: herijk overlegmomenten en organiseer werksessies in plaats van losse projecten.
  • Maak organisatie en samenwerking expliciet strategisch: ondersteun teams, staf en management in duidelijke kaders en verantwoordelijkheden.

Zo wordt extra geld niet een losse pot, maar een instrument dat direct impact heeft in de klas of collegezaal. Anders organiseren gaat zo niet over minder ondersteuning, maar over beter organiseren. Zodat tijd, aandacht en middelen daar terechtkomen waar ze het meeste verschil maken: in goed onderwijs.

De vraag die nu voorligt

De vraag voor veel onderwijsorganisaties is eenvoudig:

Waar is anders samenwerken en anders organiseren bij jullie nog een verbeterinitiatief, terwijl het eigenlijk een strategisch thema zou moeten zijn?

Dat gesprek voer ik graag. Niet met een blauwdruk, maar door samen te kijken naar het werk dat er al is. En te verkennen waar je morgen al kunt beginnen.